Tip de redactie

Wat zijn je gegevens?
Over welk onderzoek gaat het?
Wat is je tip?
Voeg een document toe (optioneel)

Via bovenstaand formulier mail je jouw tip direct naar de redactie.

Stuur je liever een mail, dan kan dat op:

demonitor@kro-ncrv.nl

Een tip per post kan naar:

KRO-NCRV
t.a.v. De Monitor,
Postbus 25000
1202 HB Hilversum

Zorgvuldig en anoniem

We lezen alle tips zorgvuldig en zullen indien nodig contact met je opnemen als wij meer informatie kunnen gebruiken. Wij zullen onze bronnen altijd beschermen. Indien gewenst dragen wij zorg voor jouw anonimiteit.

UWV

UWV-tipgever: ‘Was ik bankdirecteur of Mark Rutte geweest, dan zou ik wél afgekeurd worden’

16 maart 2017, 8:33 - Auke Schouwstra
Deelnemers aan een demonstratie tegen herkeuringen vanwege arbeidsongeschiktheid. Foto: ANP

‘Rijken lijken meer rechten te hebben dan iemand met een normaal inkomen,’ laat Babs ons weten na haar ervaring met het UWV. Zij is net als de meeste van de honderden tipgevers in ons dossier UWV boos over haar behandeling bij de uitkeringsinstelling. Maar zij heeft het niet alleen over het handelen van het UWV. Ook de wettelijke regels zijn volgens haar krom. ‘Was ik bankdirecteur of Mark Rutte geweest, dan zou ik wél afgekeurd worden.’

Wat bedoelt ze? Onze tipgever stelt dat mensen met een hoger inkomen met precies dezelfde ziekte en klachten sneller grotendeels of volledig worden afgekeurd dan iemand met een lager inkomen. Is hier sprake van een vergissing of worden mensen ongelijk behandeld?

Babs Smol mailt: ‘Wat blijkt? Was ik bankdirecteur geweest of bijvoorbeeld Mark Rutte, dan zou ik wél afgekeurd worden, want het inkomensverlies zou te groot zijn. Ik vind dit criterium echt te bizar voor woorden. Dan komt niemand in de modale sector voor een WIA-uitkering (arbeidsongeschiktheidsuitkering) in aanmerking. Ik verdiende bij mijn laatste werkgever te weinig. Resultaat: ik kon wel 40 uur aan het werk als tuinman, pakketbezorger of in de fabriek. Ik vind dat Mark Rutte of de bankdirecteur ook in de fabriek moeten werken,’ aldus Babs.

De klos

Klopt het wat onze tipgever zegt? Opvallend is in ieder geval dat Babs niet de enige is die dit mailt. Arnoud schrijft: ‘Het komt er op neer dat iemand die het dubbele verdient automatisch 2 keer zo arbeidsongeschikt is en een ongeveer 4 keer zo hoge uitkering krijgt (er is wel een max. maandbedrag).’ Kars vult aan: ‘Mensen met een lager inkomen zijn vaak de klos in verband met restverdiencapaciteit. Iemand met een inkomen van een €100.000 zal sneller een 100% WIA krijgen dan iemand met een lager inkomen van € 30.000. Dit heeft niets met je beperking te maken, maar puur het rekensommetje dat er op los wordt gelaten. Ik vind dat dit anders moet!’

‘Inkomensverschil bepaalt arbeidsongeschiktheid’

Over welk rekensommetje hebben we het dan? We vragen uitkeringsinstantie UWV om uitleg. Woordvoerder Wessel Agterhof bevestigt de ervaring van onze mailers. Hij zegt: ‘Dat kan inderdaad voorkomen, omdat de WIA een inkomensverzekering is. Dit is geregeld in het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten. Hierin is vastgelegd dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van de klant bepaald wordt aan de hand van een loonvergelijking tussen het verzekerde loon en het loon van een voorbeeldfunctie uit het Claim Borging- en Beoordelingssysteem (CBBS). In dit systeem zijn 5000 functies opgenomen van reële arbeid (geen vacatures) waarvan de belastbaarheid en het bijbehorende uurloon nauwgezet in kaart is gebracht.’

Piloot wel, hovenier niet

Om het begrijpelijk te maken op ons verzoek geeft het UWV een voorbeeld. Agterhof: ‘Van een piloot met een zichtbeperking wordt een functionele mogelijkhedenlijst vastgesteld door de verzekeringsarts. De piloot heeft als verzekerde arbeid een uurloon ingebracht van €150,00 per uur. Met een voorbeeldfunctie uit het CBBS (bijvoorbeeld ‘administratief medewerker’) kan de piloot €15,00 per uur verdienen. De loonvergelijking wordt aldus: (150-15) / 150 x 100 = 90%. Hiermee wordt de piloot ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100% en ontvangt daarmee een volledige uitkering.’

‘Nu de hovenier. Hij heeft dezelfde zichtbeperking en de verzekeringsarts stelt exact dezelfde functionele mogelijkheden lijst vast als die van de piloot. De hovenier heeft als verzekerde arbeid een uurloon ingebracht van €22,50 per uur. Met dezelfde voorbeeldfunctie uit het CBBS (administratief medewerker) kan de hovenier dus €15,00 per uur verdienen. De loonvergelijking wordt aldus: (22,50 – 15,00) / 22,50 x 100 = 33% loonverlies. Daarmee wordt de hovenier ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 0 – 35% en ontvangt hij dus geen arbeidsongeschiktheidsuitkering.’

‘Conclusie: Van twee personen met identieke klachten en dezelfde arbeidsmogelijkheden krijgt de één een volledige uitkering en de ander geen uitkering vanwege de loonvergelijking. Dit voorbeeld illustreert dat het verschil in inkomen bepalend is voor de arbeidsongeschiktheid en niet de klachten.’

Het klopt dus dat mensen met hoge inkomens eerder volledig afgekeurd worden dan mensen met lage inkomens. We vragen het UWV hoe mensen hierop reageren als dit systeem aan ze wordt uitgelegd.

‘Berekening wordt ervaren als onrechtvaardig’

Agterhof: ‘Als de verzekeringsarts een goede uitleg geeft aan de klant wordt dit regelmatig door de klant als onrechtvaardig ervaren. Zeker als ze het bovenstaande voorbeeld uitgelegd krijgen. De hoogte van een eventuele arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt niet bepaald door de ziekte maar door het inkomen.’

Over de berekeningsmethode spreekt het UWV zich verder niet uit. Dit is nu eenmaal de afspraak die in ons land gemaakt is, zegt Agterhof. ‘UWV is een uitvoeringsinstantie die wet- en regelgeving in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitvoert. Voor wetgeving wordt ingevoerd, toetst UWV de juridische haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van een nieuwe wet. Indien op een van beide (of beide) vlakken de uitvoerbaarheid niet haalbaar is, dan zal UWV dit aan het ministerie laten weten. Het is dan aan het ministerie om, waar nodig met de Tweede Kamer, een oplossing te vinden en het wetsvoorstel eventueel aan te passen. Zodra wetgeving uitvoerbaar en juridisch haalbaar is, zal UWV de wet uitvoeren in de wetenschap dat wetten in Nederland democratisch tot stand zijn gekomen.’

Heeft u ervaring met deze berekeningsmethode en wilt u uw verhaal met ons delen? Mail ons via demonitor@kro-ncrv.nl

Toon reacties
Reageer