Tip de redactie

Wat zijn je gegevens?
Over welk onderzoek gaat het?
Wat is je tip?
Voeg een document toe (optioneel)

Via bovenstaand formulier mail je jouw tip direct naar de redactie.

We zijn ook te bereiken op onze tiplijn:

035-6719794

Stuur je liever een mail, dan kan dat op:

demonitor@kro-ncrv.nl

Een tip per post kan naar:

KRO-NCRV
t.a.v. De Monitor,
Postbus 25000
1202 HB Hilversum

Zorgvuldig en anoniem

We lezen alle tips zorgvuldig en zullen indien nodig contact met je opnemen als wij meer informatie kunnen gebruiken. Wij zullen onze bronnen altijd beschermen. Indien gewenst dragen wij zorg voor jouw anonimiteit.

Onderwijs

‘We moeten juist meer verwachten van kinderen’

4 juli 2017, 17:00 - Sietze van Loosdregt
De kwaliteit van de school kan het verschil betekenen tussen vwo- en mavo-advies. foto: ANP

‘Het onderwijs vraagt te veel van onze kinderen.’ Op dat betoog van de Friese leraar Willem Riemersma kregen we vele instemmende reacties van ouders en leraren. Onderwijsadviseur Marcel Schmeier is het daar absoluut niet mee eens. ‘Het is juist belangrijk om hoge verwachtingen van kinderen te hebben’, stelt hij.

Vooroordelen

Schmeier wijst op de grote verschillen tussen scholen in Nederland. Onnodig veel scholen presteren onder de maat zegt hij. ‘In Nederland is 10 procent functioneel analfabeet, en te veel kinderen leren niet goed rekenen op Honderden instemmende reacties op betoog de Citotoets te boycotten school. Dat moet stoppen. En dat kan ook, als we overal goed onderwijs geven, en meer van kinderen verwachten. Dat heeft niets met prestatiedruk te maken, het heeft te maken met kinderen kansen bieden.’

Cito-toets

Schmeier kan zich ook absoluut niet vinden in het pleidooi van Riemersma om de Cito-toets te boycotten. ‘Daar bewijs je kinderen echt geen dienst mee.’ Volgens hem kan zo’n toets juist heel emanciperend werken. Schmeier: ‘Het is belangrijk dat een kind objectief getoetst wordt. Je hebt onbewust als leraar vooroordelen, en dat kan in het nadeel werken van kinderen.’ En bovendien: door alle scholen dezelfde toets te laten maken kunnen we ze met elkaar vergelijken. Zo worden grote verschillen zichtbaar tussen hoeveel kinderen leren op de ene en de andere school.

Ter ondersteuning van zijn pleidooi stuurt hij ons een grafiek uit het rapport Staat van het Onderwijs 2015/2016, van de Inspectie van het Onderwijs:

‘Gelijke leerlingpopulatie, verschillende leeropbrengsten’, schrijft hij. En inderdaad; in de grafiek (hieronder)is duidelijk te zien dat het in Nederland nogal uitmaakt naar welke school je gaat. Zo kan het gemiddelde uitstroomniveau op twee basisscholen met vergelijkbare leerlingen 15 Cito-punten verschillen. Schmeier: ‘Dat is meer dan een heel schoolniveau verschil, bijvoorbeeld vmbo in plaats van havo.’

schoolprestaties.jpeg

In deze grafiek zijn de prestaties van 3691 basisscholen weergegeven. Ieder cirkeltje stelt een school voor. Horizontaal is het percentage zogenoemde gewichtenleerlingen te zien. Een gewichtenleerling is een leerling wiens ouders een laag opleidingsniveau hebben. Scholen krijgen extra geld voor deze leerlingen omdat zij, over het algemeen, meer begeleiding nodig hebben. Hoe groter het percentage gewichtenleerlingen, hoe lager de verwachte score op de eindtoets.

Op de verticale as zijn de gemiddelde uitslagen van die Cito-eindtoets uitgezet. Ter indicatie: een score onder de 537 komt overeen met een vmbo-advies, boven de 545 met vwo-advies.

Kwaliteit school kan verschil betekenen tussen vwo- en mavo-advies

Uit de grafiek wordt duidelijk hoe groot de verschillen tussen scholen zijn. Kijken we helemaal links dan zien we de scholen waar vooral kinderen in de klas zitten met hoog opgeleide ouders. Toch varieert de gemiddelde Cito-score hier tussen gemiddeld vmbo-advies (532) voor de slechtste school tot zelfs een gemiddeld vwo-advies (546) voor de allerbeste school. Hoe verder we naar rechts gaan hoe groter het aandeel kinderen met laag opgeleide ouders in de klas. Ook daar kan het verschil in de gemiddelde Cito-score tussen klassen met vergelijkbare leerlingen zomaar 15 punten zijn. Op individueel niveau kan dat het verschil betekenen tussen mavo- en vwo-advies.

‘mavo-leerling had wellicht ook havo kunnen doen als hij op een betere basisschool had gezeten’

Inspectie van het Onderwijs

De grote vraag is natuurlijk: Hoe kan dit? Hoe kan het dat er zulke enorme verschillen zijn tussen scholen? En is het eigenlijk erg als leerlingen een niveau lager scoren? Die laatste vraag is simpel te beantwoorden: Ja, dit is erg. Tenminste, als we iedereen in het onderwijs dezelfde kansen willen bieden. Want die leerachterstanden kunnen grote gevolgen hebben. Zo schrijft de inspectie dat zo’n achterstand niet zomaar wordt ingelopen op de middelbare school. ‘Een leerling afkomstig van een basisschool met te lage onderwijsresultaten die bijvoorbeeld de mavo volgt, had wellicht ook havo kunnen doen als hij op een betere basisschool had gezeten.’

Schmeier draagt nog een ander probleem aan: ‘Kinderen die op school niet goed leren lezen en rekenen lopen meer kans om later niet goed mee te kunnen doen in de maatschappij. Ze leven ongezonder, belanden vaker in de criminaliteit en nemen minder deel aan culturele activiteiten.’

Oké, de verschillen tussen basisscholen zijn dus te groot. Maar wat kunnen we eraan doen? Daarvoor moeten we eerst weten wat de oorzaken zijn. Volgens Schmeier liggen die grotendeels bij de kwaliteit van de leraren. ‘Als je 2 jaar achter elkaar bij een slechte docent in de klas zit ga je een heel niveau achteruit. Andersom geldt ook: risicoleerlingen doen het bij goede leerkrachten net zo goed als gemiddelde leerlingen bij zwakke leerkrachten. De leerkracht heeft een enorme invloed op de kansen die kinderen krijgen.’

Oproep

Wat onderscheidt de goede van de slechte scholen? Heb jij ervaring hiermee? Als ouder of docent? Of heb jij een idee wat de oorzaken en oplossingen zijn van het probleem? Stuur dan een mail naar demonitor@kro-ncrv.nl

Toon reacties
Reageer